1. Dennis en Laura
  2. Nine Months to the South
  3. Nor Lípez Province

Nor Lípez Province, Bolivia - Polarsteps

Na 146 dagen reizen en eenmaal aangekomen in Bangkok, willen we toch nog even terugblikken op onze voorgaande landen. We gaan verder met schrijven waar we op dag 73 gebleven waren: Bolivia! In eerste instantie is er niet veel verschil te merken met Peru. Vergelijkbaar eten, verkoopkraampjes op straat en gekleurde klederdracht. Al moeten we zeggen dat de vrouwen hier wel een stuk flinker gebouwd zijn. Of zou dat komen door die brede pofrok? Daar zijn we nooit achter gekomen. Copacabana beviel ons erg goed. Een sfeervol bedevaardsplaatsje gelegen aan het enorme Titicacameer. Waar je onder andere boottochten kunt maken naar drijvende eilandjes. Ook heeft deze plaats een opvallend grote popcorn markt: een hele straat vol met alleen maar kraampjes met gepofte maïs in onvoorstelbaar grote zakken (tot soms wel 1 m3! ). We keken onze ogen uit. Als je dan denkt hier een leuke foto van te maken, dan word je heel boos aangekeken. Daarnaast komen in dit plaatsje honderden auto's voor de kerk gereden. De mensen brengen gladiolen en versieren hun auto met bloemen, bestrooien deze vervolgens met rijst en tenslotte spuiten ze een soort champagne er overheen. Eerst dachten we nog dat het om een feestdag ging, maar dankzij wat gebrekkig Spaans kwamen we er toch achter dat dit een heel normaal dagelijks tafereel is. Zouden deze duizenden bloemen dan vanuit de kerk weer terug naar de straatverkopers gaan? Onderweg naar de stad La Paz ging de bus op een klein gammele houten veerbootje, dat we blij waren dat wij het meer mochten oversteken met een ander bootje. Eenmaal aangekomen in La Paz viel ons direct op dat de straatverkopers er een stuk armoediger uitzagen. Daarnaast was er veel afval te zien langs de weg en was het er zwart van de uitlaatgassen. Zoals Dennis dit noemt: "Bussen zijn hier net stoomboten". Deze stad is gelegen op een steile berg, waardoor je prachtig uitzicht hebt op allerlei gekleurde huizen. De eerste hele dag in La Paz maakten we een ritje met de kabelbaan naar boven. We bezochten de grootste markt die we ooit gezien hebben, maar konden daarna direct een bezoekje brengen aan het politiebureau. Telefoon gestolen! Bha!! En dat terwijl we gewaarschuwd en nog zo voorzichtig waren met onze spullen. Een spriets zeep in Dennis zijn nek, twee seconden afgeleid en weg is de telefoon. We konden wel vuur spugen! Na heel wat regelwerk (aangifte doen, verzekeringspapieren invullen, simkaart blokkeren) uiteindelijk weer een nieuwe telefoon gaan kopen. Na wat navraag bij lokale mensen te doen uiteindelijk de straat gevonden waar telefoons verkocht worden. Nee niet in een winkel, gewoon in een glazen kastje op straat! Zullen we binnen afrekenen? "Waarom?" zien we de verkoper denken. Omdat het misschien best een pak geld is (voor Boliviaans begrippen) dat we je moeten overhandigen, en dat liever niet in een drukke straat doen waar we vervolgens nog een keer het risico lopen bestolen te worden. Met ons beste Spaans kregen we dit niet echt duidelijk gemaakt en ook handen en voeten leken het niet voor elkaar te krijgen om duidelijk te maken wat we nu precies bedoelden. Of willen ze ons gewoon niet begrijpen? Gelukkig was er in deze stad wel lekker eten te krijgen waardoor we toch niet helemaal moedeloos vertrokken naar onze volgende bestemming. We gingen op weg met een lunchboxje chili con carne op zak, die de vriendelijke uitbater speciaal voor ons in de vroege ochtend al had klaargemaakt! En dan Sajama. Een prachtig nationaal park met veel loslopende alpacas, maar vooral opvallend hoge vulkanen met besneeuwde  toppen. Zo een zonde dat de meeste reizigers niet weten van het bestaan van dit park. Een jongetje van vier maakte ons wel even wegwijs door dit afgelegen dorpje en bracht ons naar een guesthouse. Echt waar 4 jaar! Maar met het gedrag van een man van 30. Hoe is het mogelijk! We wandelden twee dagen door dit park en genoten van de prachtige omgeving en rust om ons heen. Af en toe waren de paden zo duidelijk (not!) dat we onnodig vier heuvels over gingen om ons einddoel te bereiken. Sloffend door het zand liepen we door dit droge, bijna woestijnachtige gebied, met kleine wervelwinden die het zand lieten opwaaien zodat je snel achter een struik moest duiken om niet volledig gezandstraalt te worden. Met het lokale busje gingen we terug naar de bewoonde wereld onder het genot van panfluitmuziek. De meeste mensen droegen klederdracht en vrouwen sleepten enorme doeken gevuld met vanalles en nog wat mee, in een minibusje dat eigenlijk toch al te klein was voor het aantal mensen dat mee reisde. Nee nu kan er echt niet nog iemand bij, dachten wij, en 10 minuten later stapt een gezin van 5 in. Ook zagen we opvallend veel mensen met gouden kunstwerken op hun tanden. Ook de geur van dieren reisde vrolijk met ons mee. Het was dus een reis waarbij al onze zintuigen weer lekker geprikkeld werden! Eenmaal heel veel uren reisplezier verder kwamen we aan in het mooie stadje Potosi. Het stadje rijk aan koloniale gebouwen vanwegen het winnen van zilver uit de mijnen. Aan een van deze mijnen brachten we dan ook een bezoekje, bepakt met een lunchpakketje voor de mijnwerkers: cocabladeren, pure alcohol van 97 procent en een fles limonade. Daar komen ze de dag wel mee door. Wij waren dan ook nog zo slim om dit vreselijk gezonde lunchpakketje voor hun te kopen, omdat we absoluut niet wilden aankomen met het veel verkochte dynamiet dragend op onze rug. Al kruipend en stuntelend gingen we de zilvermijnen binnen. Wij kunnen het ons niet voorstellen dat je uren lang kunt werken in deze donkere gangen met een bijtel en een bakje in je hand om nog de laatste beetjes zilver te vinden. De dynamieten worden gebruikt om steeds een stukje mijn los te breken, om zo weer nieuwe gangen te creëren. Volgens de werknemers zijn mannen van 13 jaar geestelijk sterk genoeg om aan de slag te gaan en gebeurt dit dan ook nog steeds. Zo werken sommigen levenslang in dit vak en werken anderen een aantal jaren lang om te sparen voor een opleiding. Eén geruststelling: ze verdienen er ruim boven gemiddeld mee. De meeste Bolivianen verdienen zo'n 2000 Boliviano's (250 euro) per maand. Deze mijnwerkers kunnen dit met een goede vondst in een week verdienen. Al vragen we ons wel af of dit de meest gezonde manier is om aan geld te komen. Sucre was een erg leuke stad waar we vooral genoten van een goed Thais restaurant. Dat was heerlijk na maanden lang kip en rijst te eten! (oké en de Chili con Carne in La Paz niet te vergeten). Door onze gesprekken met een gids kwamen de problemen van Bolivia toch wel flink naar voren. Zo is het in veel plekken in Bolivia heel normaal dat kinderen vanaf een jaar of 7 werken. Geld verdienen doormiddel van kunstjes doen op straat, creatieve werken te krijten of iets te verkopen. Heel de dag alleen in deze grotemensenwereld en zelf zorgen dat ze rond luchtijd iets te eten kunnen kopen. Nee geen school voor hen! Nog jongere kinderen gaan heel de dag met moeder op straat producten verkopen en vallen vermoeid naast haar in slaap. Daarnaast is de hygiene hier duidelijk niet top. Je vindt de meest vieze wc's en ook in de keukens kan het er niet fris zijn. Dit hebben onze darmen dan ook geweten in dit land. Na 10 dagen was het weer prijs! Na het zogenaamd perongeluk laten vallen van munten tussen onze benen in de bus en het hysterisch gezoek tussen onze benen, hadden ze deze keer onze portemonee in handen. Gelukkig heeft Dennis deze nog terug kunnen grijpen, maar mensen vertrouwen was hierna voor ons over en uit. Ja ook de kinderen niet, jammer maar helaas. Toch waren dat nog niet al onze spannende avonturen. Na lang dromen over Salar de Uyuni, gingen we naar de bekendste zoutvlakte ter wereld. Door het regenseizoen lijkt de zoutvlakte op één grote spiegel en liepen we over een sprookjesachtige vlakte. Echt genieten! Daarna werd het regenseizoen wel een grote spelbreker. Geen mooie meren, vele flamingos en geisers die te zien zijn in het nationaal park in het zuiden maar overstroomde wegen, vastzittende autos en het doorkruisen van enorme waterstromen. Na wat middelmatige alternatieve dingen te bezichten gingen we de derde dag richting de grens van chili. Door communicatiefouten tussen onze gids en de Chileense chauffeur eindigden we uiteindelijk zonder lunch aan de grens en ook daar was er geen tijd om te eten. Toen wisten we nog niet dat de reis nog wel eens langer kon gaan duren dan we (inclusief onze chauffeur) dachten. Negen uren later kwamen we pas weer in de bewoonde wereld aan, wat een ritje van een uur of 2 tot 3 had moeten zijn. De reis naar de stad Calama verliep dan ook op zijn zachts gezegd erg moeizaam. Enorme bliksem zagen we in de verte verschijnen en het kwam met bakken uit de lucht. Dit met als uiteindelijk resultaat dat delen asfaltweg letterlijk verdwenen door het noodweer en vervangen waren door diepe rivieren en modderstromen. Telkens stoppen, de weg vrij maken of een ander plan bedenken hoe dit obstakel voorbij te komen. Omdat het toch al niet meer veel erger kon worden hebben we maar enorm gelachen met onze groepsgenoten vanwege de tour die "NO NORMAL" verliep. Uiteindelijk kwamen we zelfs niet meer bij toen onze haren ook nog statisch overeind gingen staan vanwege het weer.  In het donker kwamen we in één van de onveiligste steden van Chili terecht, waarbij we na een klein rondje lopen op zoek naar eten ons toch maar bedachten om met een lege maag terug te gaan naar ons verblijf. We werden meerdere malen gewaarschuwd en kregen steeds meer een onveilig gevoel. Bovendien konden we toch geen Chileense Peso's pinnen omdat alle automaten zich achter slot en grendel bevonden. Wat waren we ongeloofelijk blij toen we de volgende dag na 24 uur weer iets konden eten en veilig in San Pedro de Atacama aankwamen om aan onze laatste weken in Zuid-Amerika te beginnen. Vol frisse nieuwe goede moed. Hola Chili!

Country Guides:

Bolivia